Terug

Ontpopt

Wij maken een geweldige sprong. De tussenliggende meer levensbeschouwelijke schaftkeetontwikkelingen staan geboekstaafd op de groeten-pagina's. Het is inmiddels februari 2004 en de verpoppingsfase ligt achter mij. Ik leef nomadisch in de Franse Alpen. Dagelijks echter ben ik nog aan de keet en aanverwanten aan het Willy Wortelen. Kleine handigheidjes verzinnen om standaarddingen snel en blindelings te kunnen doen. de meeste zijn leuker om te maken dan om uit te leggen. Een aantal oplossingen echter heeft wel enige amusementswaarde, namelijk het gebruiken van iets dat je toch al nodig hebt voor iets anders dat ook moet of handig is.

Multifunctionaliteit

Op de foto hieronder zie je de lighoek: lekkere rugkussens, maar het zijn zakken met slaapzakken erin. Het bedtafeltje is een blad, dat ik toch al nodig had, vooral 's zomers als er buiten wordt gezeten, en twee klapkratten, die er ook al nodig waren, de onderste voor de vuile was, en de bovenste voor "actieve" kleren (die je vaak aan en uit doet: hardloopkleren, truien, handschoenen etc.). Simpel, maar zeer bevredigend.


 

Ook beleef ik er veel genoegen aan de fruitbak tevens te gebruiken als slabak en afwasteil (dan gaat het fruit even op de matras van de bedbank)

De buitentafel lijkt behalve wanneer hij buitentafel is een lastig ding. MAAR!

bij het rijden sluit hij toevallig perfekt de keukenschapjes af zodat er niets uit valt.

Hieronder zie je hoe de wisser (van de blokfluit en van de mondstukken van de sopraansaxofoon) fungeert als ruggegraat voor De Dood. Dat is hard nodig want De Dood, althans mijn Dood, is nogal slap van structuur, een soort flieberige kunsstof, hetgeen in strijd is met de krachtige uitstraling die ik van een Dood, en zeker van een Dood in mijn Hut, verwacht en eis. 


De garde blijkt buitengewoon geschikt als kop van een antennedraad voor FM. Vooral interne storingsbronnen (bijv.harddisk en LCD scherm van het notebook, en om een of andere reden ook de plaats waar je zelf staat), worden resoluut buiten gevecht gesteld door een metalen keukengarde (geleidend natuurlijk) aan het eind van de antennedraad te bevestigen. Soms moet die garde wel eens wat verhangen worden, maar dat is dan ook alles.

Dit is het uitzicht op de standplaats Tigre. In de verte, maar dat is heel dichtbij, zie je de hoogspanningskabel, die de automatische finetuning van mijn Short Wave in de war brengt als diens tien meter lange antennedraad buiten ligt. De keukengarde aan die draad en dat geheel niet aan de Short Wave antenne verbinden, maar er op drie millimeter naast hangen, en je hebt BBC nieuws.

De oven, het verhaal is bekend, daarvoor zijn we heel diep gegaan. Onverwacht heb ik er ook een uitstekende badkamerspiegel aan overgehouden:

Hier onder de douchehoek:

Hier vallen terstond enkele zaken op: je ziet de oude douchekop, bevestigd aan een zak die met een elektrische pomp gevuld werd uit de waterketel op het aanrecht . Die oude kop hangt nog, maar is buiten gebruik. De waterketel zelf wordt thans bij wijze van douche, gevuld met warm water, schuin opgehangen. Zeer comfortabel, veel eenvoudiger en het maakt de  waterketel...multifunctioneel. De gele knijperbak hangt recht boven de gootsteen en is tevens in gebruik als lekbak voor het bestek.
's Zomers is het natuurlijk buiten douchen op Tigre:


Multifunctioneel zijn ook de tuidraden van de windmolen: waslijn:

En de vlieghandschoenen dienen in ruste als zekering voor de rits van de rugzak.

Keukenrol. Handig, maar het is best duur spul, wist je dat? Garages kopen vier kilo (!!!!!) oliehandenafveegpapier aan één rol, dat staat gelijk aan circa twintig keukenrollen. De zware rol met vijftig meter garagetissue hangt inmiddels soepel om een plastic buisje.

De neotruttige Peugeot koffiemolen (natuurgetrouwe imitatie uit de 19e eeuw), die ik eerder weg wilde doen, is gerehabiliteerd wegens de superfijne expressomaling die ik met mijn electrische molen niet kan bereiken. Het vermoeiende van het malen was vooral dat je het hele kastje op één of andere manier, tussen de knieën bijvoorbeeld, klem moest houden. Dit is over: ik heb de Peugeot op het aanrecht vastgeschroefd. Het maalt thans uiterst confortabel.

Een andere vreugde: iets nuttigs vinden

Ik weet niet hoe het met de lezer is, maar mijn dag wordt altijd opgefleurd als ik ergens zomaar iets nuttigs vindt (natuurlijk niet van een zo kostbare aard dat het bij enig gevonden voorwerpen depot moet worden ingeleverd).
Allereerst, ik weet niet hoe het met de lezer is, maar allereerst raap ik al sinds jaar en dag ieder gaaf boutje, schroefje, plastic dingetje, ijzeren weet ik veeltje enz. van de grond als ik het zie. De boutjes, moertjes en schroefjes leveren allerlei bijzondere maten op die, wie weet, ooit een tijdrovende rondgang langs ijzerwinkels kunnen besparen. Uit de rest delf ik regelmatig precies op wat ik nodig heb om een leemte in mijn constructie te vullen. Zo voel ik twee keer vreugde, allereerst een kleine, bij het oprapen, en dan, misschien jaren later, een grote, als het als gegoten blijkt te passen in iets waar ik een probleem mee heb en een oplossing voor zoek. En deze opraap en opberghobby kost geen tijd! Je bukt je, en thuis leeg je je zakken in een daartoe bestemd bakje.
Zelf verlies ik regelmatig mutsen en handschoenen, maar ik vind er ook weer terug zodat ik altijd een voorraadje heb. Het voorjaar is in de Alpen een waar juttersfestijn: de sneeuw smelt immers van de pistes.

Hierboven een paar fraaie fleece handschoenen en een paar (nieuwe!) sokken van de piste.

Mijn mooiste twee mokken komen van een vuilnishoop bij de roeivereniging TOR in Tilburg:

In de bouwfase van de schaftkeet zijn natuurlijk ook prachtige voorwerpen gevonden en benut. Zie aldaar, met een eervolle vermelding voor de windmolenmast.

De stand der electro-ironica per 1 maart 2004

Hieronder het van het dit schaftkeetjournaal bekende electro-ironische paneel. 

Dingen die per definitie multifunctioneel zijn, zoals stroom, water,  gas en wat gewoonlijk aangeduid wordt als "gereedschap" (prachtig Nederlands woord, letterlijk immers: "zaken die gereed liggen") tel ik niet mee, al kon ik het hierboven niet nalaten het lijstje voor computernotebook te maken (alleen de top 15, anders kun je wel bezig blijven).
Wat eigenlijk nog ontbreekt op het paneel is een portret van de auctor intellectualis: Ben.

Een licht gevend portret natuurlijk. Misschien zijn kop als plastiek van ledjes.
Inmiddels heeft de boot, die ook een extra lichtakku heeft en natuurlijk ook met zijn generator door de trekhaakconnector de hutakku kan opladen, ook een kast met hoofdschakelaartjes en zekeringen (rechts):

.

Links de Short Wave antennetuner van de boot. Daar krijg ik de hoogspanningsbrom ook mee weg maar dan moet ik in de auto gaan zitten. Een draad van die tuner naar de hut vangt de brom weer op.

Ik kan niet genoeg krijgen van draadjes maar jullie willen wel eens wat anders.

"Mijn nummer"

Nummers. Daar moeten we even principieel-nomadisch-filosofisch over nadenken.
Nummers worden je gegeven door anderen. Welke koe zegt nu: doe mij ook maar zo'n nummer. De bedoeling van een nummer is dat ze je kunnen vinden als ze iets van je moeten. Maar daar heb jij meestal geen of nog minder behoefte aan. Belastingen, boetes, reprimandes, geheel vrijblijvende voordelige aanbiedingen, bedelarijen, sollicitaties naar een financieel adviseurschap, dat krijg je allemaal van nummers: sofi-nummers, inschrijvingsnummers KvK, huisnummers, paspoortnummers, kentekennummers.
En als je die dus niet wil, wat toch logisch is?
Dat kan niet. Die zijn allemaal verplicht. Want de koe heeft het nummer niet voor zichzelf maar omdat ze gemolken en geslacht moet worden, en er een boekhouding moet zijn voor haar stront want daarvoor moet worden betaald. In de concentratiekampen kregen de joden hun nummers gewoon op de arm getatoeëerd.
Zodra ik ergens ben gaat dus meteen het nummer van mijn hut af:

Zo. Dat geeft al meteen wat rust. Die opschrijfboekjes kunnen in de zak blijven. Ja, dat is Astral, die ligt er inderdaad even onder, losjes opgerold in een groen zeil, net ontdaan van enige compost waarmee ze tijdens een précaire landing besmeurd was geraakt. Ze moet drogen maar het regent even.
Nou heb je van die gasten, gendarmes en ander rapalje, die vinden dat ze iets met zo'n hut kunnen gaan doen als er niemand bij is. En daarvoor heb ik toch weer...een nummer:

Zo, daar kan alvast geen wielklem meer op want die zit er al. En onder het mom "onbeheerd" kan niets want de PROPriëtaire heeft een mobiele telefoon.

Dat leidt verder niet tot voor mij schadelijke informatieverstrekking want dat prepay-kaartje is in een winkel gekocht en daar hoef je je naam niet bij op te geven, al helemaal je paspoortnummer niet. Daar hadden de wouten in het begin van het mobiele tijdperk flink de pest in weet je dat? In allerlei bochten hebben de burokraten zich toen eerst gewrongen om netwerken te verplichten hun klanten te registreren. Maar dat is mooi mislukt (met mijn eerste Ugandese prepaysimmetje moest het nog, die heb ik dus later weggedaan). Dit is dus een nummer, maar het is mijn nummer.
En ik hoop nu dat je begrijpt wat ik bedoel. Mijn sofi, paspoort en kentekennummers zijn dus niet mijn nummers.

Hieronder ligt Astral een beetje te drogen op de standplaats Tigre, maar het wil niet erg.

Ondertussen heeft dat Astral poetsen mij op gang gebracht:

Op de voorgrond mijn nieuwe liefde Angélique, een warmbloedige stoot met maten 230-650-3 (Volt-Watt-Ampère), een tweetaktaggregaat in de company colours (blauw, zwart en wit, zoals schier 30 jaar geleden reeds mijn OK-jol) . Links van voren naar achteren de windmolen- de gereedschaps- en de ellendekoffer (de laatste bevatte eens acht ordners, thans nog maar één, maar ik houd haar tot het plechtige moment dat de laatste uit mijn nomadische leven kan verdwijnen).
In de verte rechts de liquide brigade.

Achterste rij v.l.n.r: water water water diesel. Voorste rij v.l.n.r tweetaktolie, Euro 98, Euro 98, en diesel.

De sjorring

De Liquide Brigade staat standaard in de boot, want die rijdt vaak los en komt dan ook langs vulplekken. Tot De Liquide Brigade horen zeker ook de akkuus Erika en Greta, maar die wilden niet op de foto, die waren aan het werk. Ook horen er nog twee propaanflessen bij. Een lege propaanfles staat ook standaard in de boot vanzelf. Net als zakken afval, want we flikkeren niet net als sedentaire burgers, wouten en andere veelplegers onze rotzooi in het rond.

Foto boven: de Liquide Brigade gesjord. Op de voorgrond hutvuil.

Nu we toch met de sjorring bezig zijn: sneeuwkettingen zitten tegenwoordig tussen rechterportier en bed geklemd. Vroeger lagen ze achter onder mijn bekende UNHCR vluchtelingendekkleed, meegenomen uit Uganda. Maar met de hut op de trekhaak kan de achterdeur niet open, dus dat moest anders.

Die gele schoenen zijn speciale scharnierende skischoenen waarmee je ook bergop kunt (met vellen er onder). Naar beneden had ik het al enkele keren geoefend, de eerste keer (tussen de kleuters), was het meest amusant, althans voor de lezer, en onlangs deed ik de eerste echt sereuze bergopwaartse test van wilde ski's.

Ik vond op de binnenplaats van de Ferme des Sources een zwarte kunststof dop. Dat is iets dat ik altijd opraap en in mijn bak "bijzondere voorwerpen" leg. Maar daar is hij al weer uit:

Past als gegoten op de top van de mast van de windmolen die een draad en een kroonsteentje bevat die schoon moeten blijven tijdens rijden hangend onder de hut.

Mijn linthouder is een standaard-oplossing:

Opmerkenswaard is echter dat dit spul niet plakt en dus makkelijk afrolt en in chaotische knopen komt. Maar de rol klemt net in één van vele Fries Roggebroodbakjes van Kelderman die in mijn hut een onmisbare functie vervullen.

Lijnen en draden (en het muskietennet) liggen onder het bootbed, onder De Drie Koffers.

De Drie Koffers staan zo:

Aan deze kant zijn zij-handvatten. Ze hebben wieltjes onder aan de verre kant. Je trekt ze er dus heel licht uit.

Achten de lijnen en draden ligt mijn ultieme trots:

Jerommeke. Een lier met een officiële trekkracht van 1500 kg (rechts achter nog juist zichtbaar 30 meter staaldraad op rol). Als het ergens verboden te parkeren is kan ik hut en boot samen in een boom takelen.
Deze lier heeft mij al eens op heftige modderhelling naar boven vrij getrokken. Daar heb ik ook geleerd sneeuwkettingen voor modder te gebruiken: je moet ze dan extra aanspannen met elastiek, anders schieten ze los:

Goed. Het concept is nu: de hut is "docking station". Die staat, het woord zegt het al, op de hutplek. De tweede trap is de boot. Die kan De Liquide Brigade bijtanken op de diverse vulplekken, of mij omhoog vervoeren naar een bootplek vanwaar een vliegplek bereikbaar is. Daar kan ik mij per bergschoen of ski:

losmaken van de boot en vervolgens per parapente weer naar een landplek vliegen. Op die landplek kan ik op de heenweg met de boot mijn Menduni (een brommer) hebben neergezet. Met die brommer rijd ik weer omhoog naar de bootplek en met de boot met brommer achterop weer naar de hutplek.
Daarbij zij vermeld dat ik in alle fasen comfortabel de nacht kan doorbrengen:

bullet in de hut natuurlijk met warme douche en een ontbijt van broodjes uit de oven.
bullet In de boot met espresso en everzwijnenworst
bullet los bovenop een berg in een luwte in mijn waterdichte slaapzak met extra goretex hoes en een ontbijt van heerlijk smeltwater en rozijntjes.

Dit is kort samengevat het hutleven in volle glorie.

Einde