|
Wat mij betreft is de schaftkeet een toepassing van de electro-ironica. Om met iets begrijpelijks te beginnen: Ben is hier (zie foto) bezig met een uit zijn huis gesloopte, door mij op schaftkeetlengte gezaagde en noest geschuurde en gelakte plank. Hij schroeft er om en om 12 V en 220 V TL armaturen op. De vele kleuren draden die hij er, enigzins tegen mijn zin geheel conform de Algemene Burgerlijke Nederlandse Elektriciteitswet, in trekt vond ik naast het huis van mijn zus Willemien, die ze er bij haar uit had laten trekken omdat ze wel eens iets anders wou. Deze draden continueren dus na een onderbreking van enkele weken hun decennia lange trouwe dienst van doorgifte van elektrische energie naar licht- en krachtbronnen.

Dan verschijnt de Post met de Conrad-spullen die ik van Ben moest bestellen. De normale bezorgjongen mocht de accu niet afleveren van zijn baas. Daarvoor werden twee sterke mannen in een aparte bus gestuurd. Zo stonden twee forse bussen onder de goedkeurende ogen van Ben uit te laden. Ik heb natuurlijk geen idee van de bedoeling van alle kleurige doosjes, dingetjes en draadjes die er uit de dozen kwamen. Maar Ben is erg tevreden en dat is het voornaamste.
De sterke mannen van de speciale accubezorging hadden er flink moeite mee, te meer omdat ik ze niet kon helpen want ik was even aan het video-en (klik hier voor videoclip: accubezorging.jmm)
Dit is het ontwerp van de bedkist:

Daar doe ik een dag over (inclusief kijktocht langs houthandels). De volgende
ochtend sta je dan om tien uur in de houtzaak de latten en platen te bestellen.
Die krijg je om kwart over tien millimeternauwkeurig op maat mee en om elf uur
heb je de bedkist er in gemopt. Dat blijft verbazen, die tijdsverhouding tussen
denken en doen in het beun-beunhaaswezen.
Hieronder rechts bedkist, met luik half open. Bij de uiterst gehaaide
superlichte contructie heb ik vrijwel alle goede raad van Paul en Ben in de wind
geslagen. Het resultaat is mede daardoor zeer bevredigend. Van Paul moest de
multiplex plaat absoluut berken zijn. Toen ik bij de door Paul aangeraden
houthandel kwam bleek de berkenmultiplex op: ene Paul had even tevoren voor een
andere klus de hele restvoorraad opgekocht. Ach, dacht ik, in verband met mijn
lengte is voor mijn bed populier symbolisch ook passender. Trouwens, ik zie het
verschil niet. Paul echter geeft zijn afschuw te kennen over de vlam van
populier en hij vindt populier ook stinken. De door hem beschikbaar gestelde
meranti planken, voor de rand, zie foto, vindt hij nu een vlag op een
modderschuit. Kortom, als amateurarbeider leer ik thans dat in het kluswezen op
de meest onverwachte fronten hoogst interessante meningsverschillen en
loopgravenoorlogen blijken te bestaan. Ik voeg daar natuurlijk graag enige aan
toe.
Op de foto is ook Bens inmiddels geplaatste plafondverlichting en bedrading te
zien, NIET midden boven! (ideetje van Paul). De 220 TL brandt reeds, daartussen
is de 12 V TL zichtbaar, die het zou moeten doen, maar de accu is er nog niet.
Rechts achterin is Bens nog kale, maar reeds fraai glimmend gelakte
electro-ironische controlepaneel zichtbaar, met een reeds indrukwekkende wirwar
van kleurige draden.

Boven achterin zie je drie electra-invoergaten: v.l.n.r. voor de externe 220V (zelden te gebruiken, vooral voor de verdere verpoppingsperiode), windmolen en zonnepaneel. Dan Pauls blauwe vijftig liter watervat. Links daarvan het roestvrijstalen aanrecht met pitten, geheel op mijn hoogte, met kampeerijskast met peltjee element reeds geplaatst. Ben is nog doende er een tijdklok voor te maken (een thermometer werkt niet goed met een peltjee-systeem), die hij denkt op de markt te gaan brengen. Daarboven plaats ik vanmiddag de propaanoven. Links achterin hangt inmiddels een plastic gordijn in de douchebak, terug naar de hoek gevouwen, zodat die nepplee er in kan staan als je niet aan het douchen bent. Links onder het raam is tot een vrijstaande bureautafel besloten, die bij eetbezoek voor de 2.40 bedbank geschoven kan worden, vijf kontjes kunnen er dan toch zeker aan die kant zitten eten, de hele familie van de Ferme de Chazarets, waar ik naar een standplaats ga solliciteren, bestaat uit Alain, Phanou, vijf kinderen en twee grootouders, met mij is samen 10 kontjes, reken ik beteutert uit.
| Voor de Ferme des Chazarets, zie de volgende
afleveringen van Kuifje: ../Chazarets/chazarets.htm#Ferme des Chazarets ../Moeder_Alain/moeder_van_alain.htm ../Manille/MANILLE.HTM Liefde blijkt toch nuttig te zijn |
Het schafkeet-inbouwwezen vergeleken met de kunst van Panaramenko
Van Paul zien we de laatste tijd weinig. Paul, begiftigd kunstenaar en
klusjesman, is namelijk blut en geld aan het verdienen. Ik heb vooruit betaald
dus dat geld is al weer weg. Hoe doet hij dat? Hij drinkt niet, rookt matig, eet
geen vlees (behoudens vruchtvlees en micro-organismen). Maar de bepaald niet
vegetarische brokjes voor zijn poes Bram zijn natuurlijk een rib uit zijn lijf.
Af en toe zoek ik hem op voor wat adviezen. Daarbij zei ik een keer: ik ben blij
dat jij meedenkt want ik heb wat behoefte aan begeleiding, en aan iemand die
zegt dat ik het goed doe.
Hoor je wel wat je zegt? Vroeg Paul. Hoe oud ben je nou? 51? Volgens mij heb je
dat je hele leven nog nooit gezegd.
Ik denk diep na.
Mijn hele leven gaat aan mij voorbij.
Dan zeg ik: je hebt gelijk.
Paul
en ik gaan eens nadenken hoe dat komt. Natuurlijk hebben wij onmiddellijk een
verklaring: als filosoof werk ik ongeveer op dezelfde manier als de kunstenaar
Panamarenko. Die maakt
kunstwerken die er uit zien alsof ze kunnen vliegen. Maar dat kunnen ze niet.
Hij maakt ze zelfs vaak expres zo dat iedereen kan zien dat ze niet kunnen
vliegen. Dat geeft iets van zelfspot. De kijker denkt: schitterend! (maar
het vliegt natuurlijk voor geen meter). Het Panamarenko-idee is: zogenaamd
het goede voorbeeld geven, zo van: zo ongeveer doe je dat! Met de ironische
nadruk op ongeveer. Panaramenko verbeeldt de geest, de spirit, van het
vliegen, het willen vliegen, als levensgevoel. Maar zelf begint hij er
natuurlijk niet aan. Zo ben ik eigenlijk altijd als filosoof bezig geweest (voor
mijn hoogtepunt op dit terrein zie mijn alom geprezen
filosofie van de
arbeidsmarkt).
Maar nu vlieg ik dus echt de laatste tijd (zie
Bert vliegt- drie vliegvideoclips
voorstellende mijzelf in eigen persoon in de lucht, met uitleg over parapente),
en ik bouw een echte schaftkeet. Dus de propaanleidingen mogen niet
lekken, de oven mag niet van de wand donderen, de 220 Volt mag niet aan de 12
Volt verknoopt raken, de accu mag niet overladen en ook niet leeglopen.
Kortom, sinds de Universiteit van Tilburg mij eruit geschopt
heeft en ik Olga, is alles echt.
En daar heb ik absoluut geen ervaring mee. Als het echt wordt ben ik
blij dat Paul en Ben meedenken, heb ik wat behoefte aan begeleiding, en aan
mensen die zeggen dat ik het goed of verkeerd doe. Ik bekijk de wereld met
andere ogen, zo van oh, was het dat waar iedereen de hele tijd mee bezig was, ik
begreep er mijn hele leven al niets van!
Met name, ik verklap het maar meteen, blijkt de wereld niet uit kwaliteiten
(warmte, hoogte, zicht, gevoel), doch uit kwantiteiten te bestaan (Bij
welke hoogte moet ik de landing inzetten? Hoeveel stroom hebben we precies nodig
in de keet? Hoeveel gewicht kan de keet hebben? Hoe groot moet het gat voor de
connectoren zijn?) Kwantiteiten, vroeger voor mij futiele detailkwesties die
anderen er later maar bij moesten verzinnen, blijken de bouwstenen van echt.
Als je het fout doet ben je boos of dood, en, erger nog,
kwantiteiten kun je niet bedenken, je moet het
ergens gaan vragen, de ultieme vernedering voor een zichzelf
respecterend filosoof.
Kijk, Panaramenko wist dat natuurlijk altijd al, maar mij valt het nu toch wat
rauw op het lijf.
Paul, die mij al zo geweldig had geholpen met douche en keukenblok, zou mij ook helpen met de montage van oven en gasbuizen. Maar Paul is een kunstzinnig meubelklusbedrijf, en dat betekent dat men zich wel eens niet gedisponeerd voelt. De telefoon ligt dan uitgeschakeld in de hoek en men is er niet, althans zo weinig mogelijk. Goddank was hij nog met een vegetarische maaltijd zonder vlees te lokken voor een advies, maar een dag later was de rek er geheel uit, en zijn telefoonstekker ook. Zo zat er voor mij niet veel anders op dan me op te blazen voor de rol van amateur-propaanfitter.
"Je kunt het!"
riep ik mijzelf enkele dagen toe. En ach, als je eenmaal een buisje gebogen
hebt word je allengs driester. Met enige hulp van Ben was wel nodig: gaten voor
slotbouten vijl je vierkant met een vierkante vijl, geniaal, die Ben, kom er
zelf maar eens op. Als je een gasfitting gemoerd hebt
schijn je niet te moeten denken dat het zo ook misschien wel gaat.
Je moet hem er weer af draaien en een nieuwe kopen, Ben kan ook streng
zijn. Maar na een grondige eindcontrole met zeepsop had ik warmte, werkende
pitten en een werkende oven.
Helaas! De oven, hoog geplaatst, brengt het plafond bijkans tot de
ontbrandingstemperatuur, waarbij Ben's prachtige PVC elektra buizen dreigen te
smelten. Wij moeten de afvoerwarmte een schoorsteen in sluizen, anders fikt de
boel op (zie verder dag 15).
Maar het werkt, ik heb gas!
Mijn vriendschap met Paul blijkt ondertussen naar een nieuw niveau gerezen: hij
spreekt buiten compos mentis zelfs mijn antwoordapparaat in: "hier is
Paul met een dipje". Dat heeft hij bij mij nog nooit gedaan. Tot nu toe was het
altijd maar afwachten wanneer hij weer boven water kwam.
Maar dan Ben. Ben is niet meer uit de schaftkeet weg te slaan. Half over zijn
bril loert hij door gaatjes in kastjes en stekkertjes, met vóór zich een
kleurige hoop draden en doosjes vol schoentjes, lipjes, sliefjes en hoe het
allemaal ook heet schroeft hij gedreven kastjes vol dingseltjes en dangseltjes
en 1) alles dient ergens voor, 2) niets is overbodig. Althans dat zegt hij en ik
geloof het graag.
Ben is ontketend.
Miniscule electro-ironische kastjes met veelkleurige koperdraderige inhoud worden door Ben zo indringend binnengekeken dat ze van schrik gaan werken:
Het 220 V kastje is dra gereed. Het ziet er zo uit als op het volgende
plaatje. Rechts de 220 groepenschakelaars (aardlek). Die krijgen alleen stroom
als het relais voelt dat er 220 V binnenkomt. Komt er 12 V binnen (van
windmolen, zonnepaneel of auto), dan wordt dat door het relais zelf naar de 12 V
kast gestuurd. Daar zal ik als schaftkeetbewoner dus niet aan te pas hoeven te
komen.
De door mij omdat ik de echte naam niet kan onthouden zo gedoopte
bliksemstuivers (die blauwe dingen) creëren een kortsluiting als op de 220
V aanvoer de bliksem inslaat. Mijn elektro spullen in de auto blijven dan heel.
Dus dat wordt genieten bij de volgende onweersbui. De windmolen krijgt een
eigen bliksemafleider heb ik reeds vernomen.
Er is een 12 V power supply op 220 V
in aanbouw waarmee ook de accu kan worden opgeladen.
Een converter die van de 12 V van de accu zo nodig (fruitpers,
koffiemolen, mixer, zware boormachine) 220 V kan maken ligt is al aangeschaft.
Ik wist al dat voor een professioneel ogende kombinatie als daar is een schafkeet met bestelwagen voorzien van geel zwaailicht weliswaar een keur van diploma's vereist zijn, doch dat amateurs als ik naar de beste Nederlandse traditie worden gedoogd. Nu blijkt echter dat ook de wielklem niet voorbehouden is aan de gemeentelijke geuniformeerde bekeurende parkeermaffia. Wielklemmen, gele nog wel, zijn gewoon te koop. Met vier wielklemmen à 120 Euro maak je het plaatsen van wielklemmen door parkeerwachters onmogelijk: alle wielen zijn dan immers reeds met klemmen bezet! Het zijn dus eigenlijk óók anti klem-klemmen. En in Amsterdam ben je met een door de plaatselijke gemeentelijke penose gezette klem al snel 145 Euro kwijt. Snel koop ik eerst maar eens wielklem op proef voor mijn schaftkeet. Dat heeft ook nog andere nuttige doelen: immers door die geuniformeerde parkeerpenose zou je bijna vergeten dat je ook nog andere dieven hebt. Die zijn intelligenter, dus die weten wel raad met zo'n klem, maar het is toch weer een extra vertrager.

Hieronder een plaatje van het grote moment: De eerste schaft in de keet:
Die oven zal doen wat wij willen!
De oven was hoog tegen de voorwand gedacht, zo'n beetje rechts boven dat vierkante kussen op de foto van de keuken in aanbouw. Maar de hete lucht blijkt het plafond en Bens PVC electrabuizen te verbranden. Inmiddels is het hele keukenplan, met hoekijzers, roestvrijstalen achterpaneel en gasaanvoer gebaseerd op die hoge plek achterin voor de oven. Ben stelt een vlucht voorwaarts voor: we voeren de hitte via het dak af. Ik ben zelf inmiddels ook door het dolle heen, spring het dak op met een decoupeerzaag en mop er een schoorsteentje op.
Dan moet de binnenschoorsteen door het aluminium van de ovenkast. Helaas! Je
bent dan nog niet in het heteluchtafvoerkanaal. Terugkrabbelen doen we
natuurlijk niet meer, maar dit kanaal zit echter niet recht onder de
schoorsteen. Ben, onvervaard, geeft mij de opdracht tot het verplaatsen van het
interne afvoerkanaal in de oven zodat de binnenbuis van de schoorsteen straks
toch recht in de schoorsteen zelf past.
Aldus.
Zagen, kloppen, parkertjes erin. Als we toch bezig zijn kunnen we de oven tussen
binnen en buitenmantel wel even beter isoleren. Ben heeft thuis nog glaswol.
Nou Ben, zeg ik, ik heb dus eigenlijk geen oven gekocht bij de Wit, maar een
verzameling deels reeds aan elkaar gepaste onderdelen waarvan wij volgens jou
wel ongeveer een oven kunnen maken.
Kortom, vanavond nog geen pizza. We gaan Chinezen.
De volgende dag gaat de oven met Ben's glaswol erin en de in glaswol ingepakte binnenschoorsteen erop terug op zijn plek, behoedzaam de binnen- in de buitenschoorsteen schuivend.
De oven gaat op zes.
Het toch wel met enige spanning afgewachte resultaat is verbluffend. Plafond:
koud. Topplaat oven: lauw. Dekplaat buitenschoorsteen: lauw. Ben's
electra-plafondbuizen voor de poorten van de hel weggesleept.
Een driehoekig tafeltje wordt op zijn onderstel gelijmd. Het persen geschiedt door middel van gewicht, in het midden de windmolen die daar zeer geschikt voor is.
Volgens Ben moest er absoluut een ventilator in de keet. Met name, kreeg ik
de indruk, omdat hij een 12 Volt ventilator op zolder had liggen. En een
"Louvre" uitlaat (met van die windklapdeurtjes) lag daar ook nog. Aan mij, vond
Ben, de edele taak te verzinnen hoe uit deze nuttige zolderartikelen een
degelijk geheel te vormen.
Al ben ik van plan de rest van mijn leven op winderige plaatsen te vertoeven
waar mijn electromolen goed werkt en electroventilatie, exact het omgekeerde
immers van windenergie, derhalve niet nodig is, Ben wil ik natuurlijk niet
teleurstellen. Maar dat zat me niet glad. Het ventilatortje hield ik
uiteindelijk op afstand van de klapdeurtjes met over de bouten gestroopte
afgezaagde plastic muurpluggen en de hele constructie ging met lange parkers de
hut in, er vrij van gehouden met een afgezaagd koelkastbakje van Blokker (het
passende bakje zat in een set van drie voor Euro 1.95, dus nu heb ik drie
dekseltjes en twee bakjes over, liefhebbers kunnen zich
melden...
Ben vond dat dit zo niet kon met die vrij in de wind waaiende lange parkers. Het moet immers 30 jaar meegaan, dat is de norm die wij voor onszelf gezet hebben. Ik maak het braaf af met een vierkante ombouw van zorgvuldig kaarsrecht gezaagde en gelijmde acrylplaatjes. Onder komt een (op de foto reeds gegrondverfde) koperen propaanbuis binnen met de draadjes, die buitenom uit de keukenblok komen.
Van binnen een houten vijfmaal gelakt armatuurtje met de knop er ingelijmd.
Wij zijn voor deze ventilator erg diep gegaan. Het leek de oven wel. Nu ja, allemaal belangrijk voor de ontwikkeling van de geestelijke hardheid en onvervaardheid die wij binnenkort nodig zullen hebben voor de windmolen, eigenlijk een twintig keer zo grote achteruit en binnenstebuiten werkende ventilator, zoals Paul reeds dagen eerder bij het eten wetenschappelijk had aangetoond door een spanningsmeter aan te sluiten op de draadjes van de op tafel liggende ventilator en de spanningsmeter te laten uitslaan door tegen de ventilator te blazen.
Voor
het 12 V circuit zit er een aparte kast op het paneel met groepen keuken,
notebook, verlichting binnen, buiten enz. hier onder zie je die knoppen aan het
nog los hangende deksel, met een degelijk zekeringenblok (voor elke groep een
zekering) er boven.
Het zonnepaneel
Voor
het zonnepaneel buig ik een koperen waterbuis die we over hebben, zodat hij als
een muzieklessenaar in het weiland geprikt kan worden (na een paar uur een
slagje draaien...). Draad, een stekker en klaar is Kees.
De windmolen had al nuttige diensten verricht als gewicht voor
het lijmen van het tafeltje, maar hij moet stroom gaan
leveren vanzelf. De 5 meter lange afgedankte
spinnakerboom, gevonden en meegekregen op de kade van
Drimmelen om er naast huis een tent-afdak voor mijn auto van te maken,
wordt nu de mast van de windmolen.
Er moet een buis in komen waar de molen precies in past. Ben stelt voor:
volgieten met tweekomponentenkit.

De mast staat schuin omhoog met zijn onderkant tegen de trap. Aan het konische boveneinde (op de foto rechtsbeneden op de voorgrond waar de goudkleur eindigt) is een klein stukje is afgezaagd om te zorgen dat de (zilverkleurige, aluminium) buis er net in kan, het randje is eerst dichtgelijmd. Ik krijg opdracht van Ben klein grind uit de tuin te halen en te wassen. Ben loopt de trap op en gooit het van boven in de buis. Het rolt 5 meter binnenin naar beneden rinkeltinkel en de helft blijft binnen tussen de twee buizen hangen. Wat er door rolt valt in een doosje van Blokker (het tweede uit de serie van drie waarvan de eerste in de ventilator zit).

Dat moet ik teruggeven aan Ben. Hij gooit ze er opnieuw door. Wij
fotograferen het resultaat met de 10 X zoom van mijn digitale videokamera van
boven, dus door de hele buis naar onderen:
Dan maakt Ben de tweekomponentenkit aan en gooit het boven in de buis. De
lijm loopt, net als de steentjes, de volle vijf meter naar beneden en vult de
ruimte tussen de buizen, waar de steentjes liggen, op. Na twee uur is het hard
en is er absoluut niets meer aan te doen, al zou je willen. Buis een halve slag
draaien en alles nog een keer. Voor de lijm gebruiken wij een bakje van de set
van drie voor Euro 1.95 van Blokker, waarvan het eerste bakje in de ventilator
zit, dus nu heb ik drie dekseltjes en nog één bakje over, liefhebbers,
meldt u.
Ben?
Ja?
Waarom moesten die steentjes er nou bij in?
Anders wordt de tweekomponentenkit te heet en krijg je een aluminium vloer in je
kamer.
Gelukkig, ik zie nog een tube met een mooie sigaar.
Maar die blijkt door Ben in een grappige bui ook volgestort met
tweekomponentenkit.
Kun je een moord mee plegen.
De mast reikt nu tot boven aan mijn slaapkamerraam, dan is dus bijkans het plafond van de eerste verdieping:

Snoertje erdoor, voetplaat besteld bij de smit en klaar is Kees. Voor dertig jaar.
Paul is te vermurwen een gat van 2 cm in het aanrecht te komen dremelen
waarna hij de elektrische mini-waterpompjes uitprobeert. Een ons allen
verrassende harde straal. Bij het douchen zul je goed moeten uitkijken dat je
warme emmer niet leeg is voor je bent uitgezeept.
Of het stopje in de douchebak en daar het hete water en het dompelpompje in. Kun
je douchen tot de accu leeg is. Maar wel met steeds kouder en viezer water.
Het aanrecht (met gaspitten) ging destijds niet lekker op het keukenblok. En
de kranen zaten allemaal scheef. Er werd flink op de leverancier gescholden.
Later echter begreep ik wat er was gebeurd: toen hij er niet lekker op ging
hebben we er even een klap op gegeven. Dat hielp, maar omdat we onze gaten voor
de gaskranen iets te klein geboord hadden waren hun kraagjes er niet in gevallen
maar er achter tegen de plank gestuit. De kraanleidingen waren daardoor licht
ontzet, op verschillende hoogte gekomen en staken er niet ver genoeg uit om de
standaardknoppen er op te zetten. De oplossing: aanrecht eraf. Daarvoor zou de
roestvrijstalen achterwand er af moeten. En daarvoor zouden de ovensteunen er
uit moeten. En daarvoor zou de oven er uit moeten, dus de daaraan juist
bevestigde binnenschoorsteen zou uit de buitenschoorsteen moeten.
Ik besloot minder diep te gaan. Eigen knopjes. Meranti! Paul zou ze later de
"Fred Flintstoneknopjes" dopen.

Het subtiele is dat de ongelijke hoogte van de verwrongen koperen draaieinden
van de gaskraantjes niet opvalt als je de onderkant van de knoppen op gelijke
hoogte houdt door de op verschillende hoogten te boren gaten, zwart in het
ontwerp, na plaatsing te vullen met meranti vloeibaar hout!
Het grote vermaak is dan dat ogenschijnlijk gelijke knopjes bij draaien een
geheel verschillende beweging gaan maken.
Maar het serieuze probleem is natuurlijk dat de gaten aan één kant niet rond
maar recht moet zijn, want zo zijn die koperen puntjes van die gaskranen gevormd
waar ze op moeten klemmen.

Toen er bij het windmolengebeuren toch tweekomponentenkit was aangemaakt gingen de Fred Flintstoneknopjes met hun recht te maken zijde ingetaped op een standaard. De zo door de verhuistape gecreëerde kuipjes gingen tot de rand vol tweekomponentenkit. Voor het resultaat zie de foto van het definitieve paneel en de eerste koffiezetfoto.
Het glazenrek van Bert Kerkhof
Mijn collega, de bekende Bourgondische filosoof Bert Kerkhof, hieronder gefotografeerd na zijn eclatante optreden tijdens de Marathon van Eindhoven - het roodblauwe erelint van zijn plak is duidelijk zichtbaar.

drukte mij op het hart de consumptie van alcoholhoudende verversingen in de schaftkeet te professionaliseren. Hij deed daartoe een gedetailleerd voorstel dat ik nauwkeurig heb opgevolgd. Zie foto hieronder.
Het heet, logisch genoeg, een Kerkhofrekje.
Het elektro-ironisch paneel gesigneerd
Ben's electro-ironisch paneel is zo goed als af. Ik vind dat hij moet signeren. Dat laat Ben zich niet twee keer zeggen. Vóór het vegen neem ik nog snel een foto.
Het is, naar mijn bescheiden mening, een meesterwerkje geworden. Ben heeft nog gauw de 12 V power supply vóór zijn signering geschroefd.

De gewone batterij voor de zaklamp - waar ik immers
eerder op aandrong -
op het paneel is niet gelukt. Ben heeft een nikkel cadmiumbatterij doorgedrukt
op een zelfgebouwde oplaadconsole met automatische laadbegrenzing, dus de
console voelt of de batterij opgeladen is en stopt dan. Druk je de zaklamp
(koplamp is eigenlijk een beter woord) niet goed vast op zijn console dan blijft
er een waarschuwingslampje branden, vergeet je de koplamp uit te doen (zou toch
kunnen, al kun je slapen dan wel vergeten), dan doet hij zichzelf uit.
De hangende draad is van de Nokia GSM telefoon, die helaas enige dagen later
gestolen zal worden (zie
hoopvol bericht).
Natuurlijk neem ik uitgebreid bijles van Ben inzake de schakingen en draden, en documenteer op zijn aanwijzing zorgvuldig het totstandgebrachte. Zie hiervoor het hoofdstuk: Electro-ironica in theorie en praktijk.
Bij regen liep er water op de vloer door de gevelkachel. Er moest dus een regenkapje op de schoorsteen. Deze is vervaardigd van een plastic bakje van Blokker (het derde uit de serie van drie waarvan de eerste in de ventilator zit en de tweede voor de 2 componentenlijm van de windmolen is gebruikt, dus nu heb ik alleen nog drie dekseltjes over, liefhebbers... ).
Diep gaan 4: de laaddraad van de automotor naar de hutaccu
Diep gaan. Dat is: je niet op je kop laten zitten. Bij tegenslag niet terugkrabbelen maar juist iets extra's doen om de zaak toch te klaren. Ik had op dat punt al het een en ander meegemaakt, en daar is vandaag en gisteren de laaddraad van de automotor naar de schaftkeet-accu bijgekomen. We hadden al zonnepaneel en windmolen, maar nu kan de autogenerator de het hele schafkeetgebeuren van elektriciteit voorzien en dus ook de schaftkeetaccu opladen. Zonder zon en wind hebben we immers altijd nog wel wat diesel. Wat diep gaan betreft hier de nieuwe top vier in omgekeerde volgorde:
|
|
Op de vierde plaats inmiddels: de ventilator. |
|
|
Op de derde plaats: de mast van de windmolen |
|
|
Nu op de tweede plaats: de laaddraad van de automotor naar de hutakku. |
|
|
Op de eerste plaats blijft: de oven. |
Die laaddraad, nieuw op twee, moest namelijk van de voorbumper (motor)
naar de achterbumper (het trekhaakstopcontact). Dan denk je: eitje, die draad
moppen we even langs de vloer door de auto.
Maar er is een probleem: dat mag niet van Ben.
Die draad moet kruip door sluip door via dubbele wanden en vloeren, doorgevoerd
met tules, manteltjes en sliefjes, met doorgesoldeerde knijpfittingen waar ook
nog een extra celloteepje overheen gaat want het moet dertig jaar mee.
Dat die hele auto nog maar vijf jaar te gaan heeft doet absoluut niet ter zake.
Er is immers ook geen lol aan om het knullig te doen.
Na de moeizame aankomst van de draad bij het stopcontact achter bij de trekhaak
bleek dat dichtgeroest en moest er een nieuwe komen. De oude zevenpolige kabel
die er weer op moest was destijds bij montage van binnen strak getrokken en
vastgezet. Uit de klemmetjes knippen leek lengtetekort op te gaan leveren.
Goddank bleek het nieuwe stopcontact ietsje ondieper zodat de rotzooi nog net
weer vastgezet kon worden. Zo bleef de klus tot twee dagen beperkt.
Maar! Dames en Heren! Is er nu een paar dagen geen zon en ook geen wind, dan kan
de de giga hutaccu - die dan overigens nog lang niet leeg is - simpelweg
opgeladen worden door de stekker van de hut in het trekhaak-stopcontact van de
auto te steken en de automotor te laten draaien! Jawel, wij doen het niet voor
minder.
Waarom hier geen foto van? Het gaat er in dit geval immers juist om dat er
helemaal niets meer te zien is en dat kun je niet fotograferen.
Een matrashoes voor de bedkist tegen een kapstok op maat
Een matrashoes voor de bedkist. Stof en garen was snel gevonden, maar nu nog iemand met een naaimachine. Gelukkig belde mijn zus Willemien met de wens "Bert Boor" eens te zien want er moest na haar verbouwing wat opgehangen worden. Ik zag mijn kans schoon een verlangen te uiten naar Willemien Naaimasjien. In keiharde onderhandelingen gaf ik nog een naar Willemiens tekening te bouwen kapstok toe, deed zij er nog een kussen bij en de deal was gesloten. Hieronder de kapstok (©Willemien).

Helaas, Willemiens ijver is voorlopig in die tekening gaan zitten. Dus die kapstok blijft mooi bij mij in gijzeling tot ik mijn matrashoes heb.
De plasgoot, dat is een plank die los ligt maar waar wel een hoge rand van meranti latjes omheen geschroefd, gelijmd en dichtgelakt is. Onder de plasgoot staat de giga-akku. Op de plasgoot komt dat blauwe watervat van Paul te staan (nu nog links te zien) met maximaal 50 liter water er in. De plank ligt een millimetertje scheef naar links voor. Knoeiwater loopt dus altijd op de vloer en nooit op de accu (de accu is ook nog eens waterdicht, maar we gaan niet over een nacht ijs, en we willen geen kortsluiting, ook niet heel even maar).
Hoopvol bericht: vandalisme terug op auto
Er is hoop voor Nederland, bleek vanmorgen: de vandalistische belangstelling voor de keet is getaand. Men vernielt gewoon weer de auto:
Dat kostte mij, ongelukkig want hij gaat er normaal 's nachts uit, mijn
gloednieuwe Nokia bluetooth. Nou ja dat GSM internetten is eigenlijk een soort
water halen met de emmer, (voor 5 euro per halve liter) en alleen nuttig waar
GSM dekking is en geen draadjestelefoon, en alleen het omgekeerde komt in echt
storende mate voor. Dus daar hou ik mee op. Internet over de mobiele
telefoon zal tussen de schuifdeuren blijven tot er betaalbare sateliet internet
is. Gisteren zag ik al weer iets nieuws: Datastorm heeft een zelfrichtende
satelietschotel van $1300 voor op je auto. Dan heb je telefoon, internationale
radio, TV en internet voor $200,- per maand. Niet dat O2 gedoe ("in
Engeland of Nederland of zelfs allebei en misschien zelfs in Duitsland"), maar
gewoon op de hele wereldbol. Nog te duur, maar ze zijn ook de eerste. De mobiele
telefoon (GSM, GPRS, UMTS en wat ze nog meer willen) kan in de prullebak. De
breedbandfrequenties kunnen worden geveild (bij de faillisementen), tenzij dat
soort primitieve apen dat mijn Nokia steelt (vanwege de zilver en goudglans
waarmee het kastje gespoten is, wat moest ik, er waren geen andere) ergens
anders nog wat geld bij weet te stelen voor een prepay simmetje. Ze hadden mijn
autoradio zo gauw niet eens los gekregen. Er was alleen wat vruchteloos aan
gerukt. Bang om uitgelachen te worden zijn ze niet.
De ruit lag een eindje verderop. Ik bel natuurlijk niet eens meer de politie,
want de radio zegt net dat die wegens de donkere dagen voor kerst zich weer
speciaal gaat concentreren op de achterlichtjes van fietsen, een schone en
verantwoordelijke taak waarvoor het boevenvangen natuurlijk moet wijken. En dat
weten zelfs die kinderen die bij ons de ruitjes intikken. En van het geld dat
hun diefstal bij politieogendichtknijperij oplevert kunnen ze makkelijk die
boete voor dat achterlichtje betalen, zo heeft iedereen er wat aan, een mooi
samenwerkingsproject: ieder zijn deel van de buit.
Om de aandacht van deze overheidsdiefstal en beroving af te leiden doen we aan
goede doelen tegen Al Qaeda en Afghanistan. Over het ontvangen van buitenlandse
dictatoren hebben we een "serieuze politieke discussie" in het parlement vóór we
handel met ze gaan drijven. Vakbondsleiders laten zich omkopen tot loonmatiging,
en ter compensatie gaat de minister "iets doen voor de minima". Die zijn er
niet, dus dat kost ook alweer niets.
Ik ga emigreren naar Afrika en dat meisje van Groen Links dat die Rozenmuller
gaat opvolgen in, zoals zij al heeft gezegd, de "strijd om het fatsoen" gaat dit
soort problemen vast oplossen voor jullie achterblijvers. At your service!
Jullie boffen maar daar in Nederland met zo'n lief kind in de Kamer.