|
De eerste experimentele keetschaft mislukte. Dat kwam zo: ik had de buren ervoor uitgenodigd en over de oven gesproken. Ze wilden wel pizza. Maar het maken van pizza voor drie of meer personen vergt twee bakplaten en die tweede kon ik zo gauw nergens krijgen in de maat van mijn gloednieuwe propaanoven. Bovendien was de propaanfles net op en die andere bleek leeg.
De wijnfles met kaartje "gefeliciteerd met je nieuwe woning" hebben we toch maar in de kouwe keet gezet en zijn toen rillend het huis in gerend om daar lekker warm aan de pizza met rode wijn te gaan.
Heel gezellig. Aan het eind van de avond echter kreeg ik voor het eerst sinds twee jaar weer eens een atriumfibrillatie (een inlaatboezem van het hart gaat flieberen). Als dat niet over gaat moet je naar het ziekenhuis en word je behalve op de beademing ongeveer op alle apparaten aangesloten die ze ook nemen als je aan het sterven bent. Je ziet dan op een hartmonitor een niet erg thuis te brengen grillig kronkelig lijntje en er wordt een hartslag van 80 (normaal 60) aangegeven. Dat is omdat je al een betablokker slikt, anders was het 180 geweest.
Het is niet gevaarlijk. Een infuus met Tambocor moet de boel weer in het door God beoogde bewegingspatroon brengen. Zo niet dan volgt electrische cardioversie: de plus gaat boven tegen je linkerborst en de min iets boven je navel en dan krijg je een noodschok. Je hart komt helemaal stil te staan, denkt eens na, begint opnieuw, en vaak in de goede volgorde. Daar ben je bewusteloos bij vanzelf. Die schok heb ik ooit al eens gehad. Het kost een extra dag in het ziekenhuis. Ik kreeg toen die schok omdat ze nog niet door hadden dat een stevige vent als ik als infuus wel iets meer kan gebruiken dan één zo'n lullig zakje Tambocor. Een nadenkende dienstdoende dame had mij de keer daarna eens wat meer gegeven. Met succes.
Het blijft spannend. Maandagochtend was het nog niet over. Ik naar het Catharinaziekenhuis in Eindhoven, want daar zijn ze er goed in. Deze keer ging de boel zelfs vóór het eind van het infuus ordentelijk slaan en ik kon weer naar huis. Met twee volle propaanflessen, want die worden daar vlak bij dat ziekenhuis verkocht, en ik had daarom die ochtend al fibrillerend de twee lege flessen toch maar in de auto gegooid. Het oog dient tenslotte op de bal gehouden te worden. Het lijkt stoerder dan het is, want ik ben het gewend en de eerste keer was ik er heus wel van overstuur, maar het is natuurlijk echt iets voor mij om er wat mee te koketteren.
Maar met die propaan is dan toch maar de eerste pizza gebakken!
Hij smaakte Ben uitstekend.
Ook de koffie werd voor het eerst in de keet gezet. Een "ongelooflijk historisch moment" zeggen ze dan bij CNN. Zie ook de door mij zelfgemaakte door Paul zo gedoopte "Fred Flintstone knopjes" voor het gas.
De eerste buitengaatse keetschaft
De uitnodiging (op een open plek in een bos aan de rand van de hei) luidde ongeveer als volgt:
De keetschaft zal morgen, 22 november 2002, plaatsvinden op 51 graden 30 minuten 3.45 seconden Noorderbreedte en 5 graden 1 minuut en 52.23 seconden Oosterlengte.
Zie je de Belgische grens dan ben je te ver (hoewel...).
Sla je op tijd rechtsaf dan kan er niets meer misgaan.
De zaal is reeds om drie uur open want ik ga er hardlopen, douchen en voor het eerst buitengaats van mijn keet genieten.
Bert
Dat moet duidelijk zijn want het verschil tussen die 3.45 en 3.44 is 3 meter en het verschil tussen die 52.23 en 52.22 is een dikke meter.
Een goede oefening: niets vergeten mee te nemen. Water, stroom, gas, eten en
drinken.
De kogeldruk regelen door evenwichtig laden. Dat deed ik met de akku (75
kg). Die blijkt iets achter de as te moeten staan.
Ik zou voorzichtig rijden dus zeevast sjorren was niet nodig. De hangglazen
waggelden evenwel geleidelijk naar de uitgang van hun sleuf en stortten zich
vandaar omlaag naar de vloer. Vier glazen vonden zo hun hun einde voor ik bij de
hei was gearriveerd. Een glazenrek-elastiek staat dus nu op de agenda.
De keet is kaal 900 kilo en mag tot 1350 kg geladen worden (rijdend). Welke
massa feestgasten bij stilstand door as en stabilisatoren kan zakken vermeldt de
prospectus van de leverancier, Böhmer Schafketen BV te Doetinchem, niet.
We beginnen deze keer dus maar eens voorzichtig met vier niet al te lijvige
gasten.
Op het menu staan de rijst van de afhaalmaaltijd van eergisteren met daar
doorheengeroerd de shwarma van de afhaalmaaltijd van gisteren. Opwarmen in de
oven. Inderdaad werd de keet, mede door de slechte wijn en wat dies meer zij,
wat onstabiel, hetgeen Fons, die het toch al niet makkelijk had omdat hij pas om
zeven uur aan de Schiphol aankomst ellende had weten te ontsnappen, en
vervolgens op een zodanig verkeerde landweg naar de schaftkeet ging zoeken dat
het ingeschakelde zwaailicht voor hem niet eens zichtbaar was aan de horizon,
bij het nachtelijk alcoholisch struweelpissen al dan niet per ongeluk de term
"scheetkast" ontlokte.
Kortom, een daverend succes.
Voor de prachtige maanbeschenen natuurnacht had behalve Jolanda (die deze foto
maakte) en ik niemand belangstelling dus we hadden eigenlijk net zo goed bij mij
voor de deur kunnen gaan innemen. Wat zeg ik? Gewoon bij mij in huis. Maar goed.
Ik ging die avond maar niet meer terug omdat het thuis parkeren van de hut
voorlopig nog wel daglicht vergt. Maar ziet, de volgende ochtend..., in mijn
eentje...ik wist niet dat ik het in me had (het bakboordsschaftkeetwiel moet
precies op een tegel komen die als verhoging dient):
De keet af (26 november 2002)
Willemien bedingt een tweede uitstel voor de matras, maar even later belt
haar dochter Emilie (11), mij op en zegt: kom maar, ze maakt hem af. Waarom
Emilie dat doet weet ik al (dan hoeft ze nog niet naar bed namelijk), maar hoe
lukt het er?
Ik er meteen heen. Genoeglijk nippend aan een glaasje wijn, met de kapstok nog
goed achter slot in de auto, zie ik het sluitstuk van mijn keet gereedkomen.
Thuis de finale foto:

Het lijkt misschien dat er nog van alles bij zou kunnen, maar daarom heb ik juist niet voor een caravan, zo'n volgepropt kuthokje, gekozen, maar voor een schaftkeet, een overdaad van heerlijke kubieke meters lucht, licht door ferme schuiframen. Ik had me er iets moois van voorgesteld en het is nog mooier geworden. Meer heeft een mens niet nodig, sterker nog, alles wat je nog meer kunt hebben is ballast. Haha! Dit is de eerste dag van de rest van mijn leven.
Onverwacht is daar ineens een moeilijk moment: het kommaliwant voor de
hutkeuken moet uit het huis komen vanzelf. Allereerst moesten daarvoor spullen
terug op de piano die er af waren gezet voor een kijker. Maar die heeft de piano
gekocht en laat hem overmorgen ophalen dus die spullen moeten ergens anders. Op
de glazen plaat in de hoek kunnen ze ook niet meer want de steun daarvan is
inmiddels hutpaneelbureautje geworden. Het wordt vreemd in huis. En dat komt
nooit meer goed. Het was een prachtig huis. Vóór een pleintje met één uitgang,
achter de diepe tuin een een voetpad en dan de tuinen van de volgende huizenrij.
In de tuin een prachtige vijver waarover destijds eigenlijk een lijvig
vijverjournaal geschreven had moeten worden, daar komt u weer goed weg lezer!
Goddank, er is nog een mooie videoclip bewaard voor de eeuwigheid:
Video: "Groeten van de Baljuw".
Plots glijdt mijn geest langs alle flessen die ik in dit huis heb geleegd en
alle lakens die er zijn bevuild met allerhande vocht van allerhande lichamen,
maar toch voornamelijk dat van mijzelf. En al die mislukte maaltijden. Wat er
dus ook allemaal elke dag weer fris en vrolijk door de afvoer van douche, bad,
wasmachine en gootsteen de Tilburgse afvoerleidingen is ingegaan. Ineens vraag
ik mij af hoe ze het hebben kunnen doen voor die paar lullige grijpstuivers van
die gemeentebelasting waar ik altijd zo op schold. Ik voel ineens een behoefte
opkomen om onze burgemeester Stekelenburg , die ik altijd een neplinks hypocriet
lefgozerig carrièrebaasje heb gevonden snikkend en verbroederd in de armen te
vallen. Maar... laat ik er niet omheen draaien: ik sta aan de vooravond van een
verlies.
Nooit meer schelden op die Tilburgse jazzmuzikanten die mijn spel niet
begrijpen. Nooit meer terugklieren tegen de universiteit en consorten. Nooit
meer beleefd informeren of de advocaat van mijn charmante voormalige echtgenote
zijn andere been nog heeft. Alleen nog parapentevliegen en met koele
verversingen op tropische terrassen hangen. Een vuige angst maakt zich van mij
meester.
Als ik dan vervolgens verzamel wat er uit de huiskeuken de hut in moet blijft
een desolate huiskeuken over.
Ik overweeg hier nog maar even mee wachten:
Waarom nu al?
Maar ik heb vrijdag keetschafters, misschien wel zes. Dus het moet toch, al is
het tijdelijk.
Voor Uganda moeten er spullen komen die tijdelijk weer in de huiskeuken kunnen, troost ik mezelf. maar het helpt niet echt.

Als alles op zijn plaats staat blijkt mijn computer er al doende ook te zijn.
Want al inruimende krijg je weer een nieuw klussenlijstje en dat kan net zo goed
meteen in de database. Wat trekt mij binnen nog? Er is voetbal. Mijn hangmat.
Het expressoapparaat. De wasmachine en de waslijnen, en bad. Kabelradio en TV.
Internet. Het keukenboilertje. Equivalenten van deze ponderabilia dien ik nog in
mijn schaftkeet te krijgen. Of Spartaans af te zweren. TV? Onzin. Espresso? We
hebben nu toch weer gewoon onze espressokoker?
Keukenboilertje? Zet maar een keteltje water, bad? Je hebt toch een prachtige
douche? enz. maar bij internet, wasmachine en kabelmedia wordt het toch
lastiger.
Ik twijfel tussen een extra antidepressief Efexor pilletje en een glaasje van
Laphroaig uit de fles van Fons. Ik beslis niet snel genoeg dus het wordt whiskey.
De Havanasigaren zijn op.
Dit is het grote moment, en ik twijfel er ook niet aan, er is maar één weg, en
die is vooruit, maar helaas, ik ben niet vrolijk.
Een ding weet ik ineens zeker: ik ga vannacht lekker binnen slapen.
De tweede buitengaatse keetschaft
De tweede buitengaatse keetschaft zou zijn met Bert en Inge, en Kees en Riekie. Ik was was zenuwachtig want die kunnen koken. Een verlaten werkhaven aan de Maas. Ik zou er al om drie uur zijn: een stukje hardlopen en de sucadelappen opzetten. Bert wilde wel mee hardlopen. De afspraak was bij het NS station Tilburg.
Daarna ging het over de Maaspont bij Drimmelen.
Zo stonden wij dan in een Godverlaten werkhaven 2 km ten Westen van Drimmelen.
De magie van de schaftkeet gaat meteen in actie: de enige aanwezige, een leegloper die er wat bij zijn auto zit te vissen, maakt zich bij de nadering van onze professionele combinatie haastig uit de voeten. Tsja, hij voelt goed aan dat wij dat hier niet kunnen hebben, dit is een werkhaven, hier horen werkauto's en werkketen.
De windmolen hoefden wij niet te proberen, het was volledig windstil. Het
duister viel. Geurige gerechten van de propaanpitten. Koken zonder problemen.
Mijn hele keuken is immers inmiddels de keet in verhuisd. Verder
vogelgeluiden, en af en toe een voorbijdenderend vrachtschip. Door de kou veel
condens op de aluminium balken en raamkozijnen die in verbinding met de
buitenlucht staan. Bij min twintig 's nachts zul je toch naar een volledige
extra isoleerlaag over de keet gaan verlangen, dat is wel duidelijk.
Om een uur of elf verdwijnen de achterlichtjes van mijn gasten in de verte.
's Ochtends mist bij het opstaan, verder dan de plassende en piepende vogels aan de overkant van de werkhaven kun je niet kijken. Ik zet koffie. Dit is het helemaal. En hij is af, de keet. Jammer dat ik er niet vol van kan genieten want ik moet vlot naar huis. Morgen Schiphol. Overmorgen Entebbe, Kampala, Jinja.