|
Januari 2003, terug van Afrika, een koude winderige dag. Ben en ik testen de windmolen aan de Piushaven:
Ben vindt het buiten niet echt leuk. Gelukkig kunnen we de testmetingen met
de ampèretang (weet je niet wat dat is? ja, dan hoor je er voorlopig niet
bij...) binnen bij de kachel doen.
Een verontruste man klopt aan. Buurtbewoner, zegt hij plechtig. Wat of wij hier
doen.
Wij zijn zigeuners en wij komen hier wonen, zeg ik.
Hij druipt af.
De politie krijgt hij hier toch niet heen, weet ik, die zijn spookbenauwd voor
zigeuners.
Zonder Ben had ik niets gemeten want het is nauwelijks te zien. Heel af en toe,
bij een flinke windstoot, neemt de molen de stroomvoeding van de accu over en
zie je die een dipje maken. Konklusie: na een hele dag wind kun je een paar uur
bij een klein 12 V TL buisje lezen, als je goede ogen hebt. Goed voor als er
absoluut geen andere manier is om aan stroom te komen, en het blijft
natuurlijk een mooi bezit, wie heeft nu zoiets?
Schaftkeet electro-ironica in theorie en praktijk
Het is thans de hoogste tijd om de werking van alles wat Ben in de schaftkeet
te gaan begrijpen. Dat betekent: Bens tekeningen bestuderen en de achterliggende
begrippen, ampères, volts en ohms, begrijpen. Want daar zijn begrippen voor: die
moet je begrijpen. Daar is die grip voor.
Nu ik uit mijn filosofische ei ben gebarsten en de koude werkelijkheid in moet
(zie Panaramenko) is het met
name mijn ambitie:
1. te kunnen berekenen hoe lang al mijn electra op de accu kan lopen
voor hij leeg is, en hoe lang alle laders (windmolen, zonnepaneel, aansluitsnoer
op 230 V net) er over doen om hem weer vol te krijgen.
2. Hoe dik de verschillende stroomdraden minimaal moeten zijn om
niet te gaan roken, stinken en smelten
3. Hoe zwaar de zekeringen moeten zijn die zulks in geval van
onvoorziene overbelasting dienen te voorkomen.
Dat zit mij niet glad. Na enkele dagen kan ik Ben schrijven: "Ik
kan het uitrekenen maar ik begrijp
het niet. Met begrijpen ben ik gestrand op de Joule, dus nog voor je de
eigenlijke elektriciteit in gaat."
Amateurarbeider strandt op de Joule
De Joule. Een krentebol bevat een bepaald aantal Joules. Als je vijf
kilometer hardloopt ben je de Joules van een opgegeten krentebol weer kwijt. Als
je een piano naar de vierde verdieping tilt geef je het ding een aantal Joules.
Het maakt niet uit hoe lang je daar over doet. Flikker je hem weer over het
balkon naar beneden dan is hij die Joules weer kwijt. Valt hij daarbij op een
verend podium dan komen die Joules in die veren te zitten (als toegenomen
spanning). Lazert hij gewoon op de stoep dan worden de Joules geinvesteerd in
een kuil en wat warmte. Bij een gasbedrijf reken je kubieke meters onder een
bepaalde druk af. Dat zitten namelijk een bepaald aantal Joules in. Daar kun je
je huis een bepaald aantal dagen mee stoken. Bij het elektriciteitsbedrijf
betaal je iedere maand het aantal elektronen (Coulombs) dat zij door je
toevoerdraad 230 Volt naar "beneden" hebben laten flikkeren: die Coulombs zijn
als het ware heel veel hele kleine pianootjes en die Volten geven de hoogte aan
van de rand van het balkon waar het elektriciteitsbedrijf ze afflikkert. Daar
moet je voor betalen omdat ze die elektronen in een generator eerst naar dat
balkon hebben gezeuld. Op een bepaald aantal CoulombVolts kunnen je ijskast, je
bureaulamp en je koffiezetapparaat een bepaald aantal dagen werken. CoulombVolts
zijn Joules.
Onderschat die elektrisch geladen minipianootjes niet want met een elektrische
lier heeft een ambitieuze knutselaar de resten van zijn piano zo weer op zijn
balkon staan. Die heeft dan zijn Joules terug, al moet er dan nog van alles
gebeuren voor je er weer op kan spelen. De elektronengooierij van de de
stroombron van de lier kost meer dan wat het de verhuizer de eerste keer
kostte om de nog hele piano op te takelen. Dat verlies zit hem in de door de
piano geproduceerde kuil en warmte bij het vallen.
Het klinkt allemaal heel logisch maar ik begrijp het echt niet.
Dat is de schuld van Newton.

Op t = 0 ga ik een kracht van 1 Newton uitoefenen op een in de ruimte zwevend
raketje van een kilo (of een wrijvingsloos autootje hier op de grond). Na 1,4
(wortel 2) seconden is het kilodingetje dan een meter opgeschoten (omhoog, langs
de "weg" S). Dan hebben we een Newtonmeter gehad. Dat schijnt een
Joule te zijn zegt iedereen. Na 2 seconden is het kilodingetje 2 meter ver. Over
die tweede meter heeft die Newton dus maar 0,4 seconden gedaan. Logisch, want
het ding had al vaart. Maar het is toch weer een Newtonmeter. Dus weer een
Joule. Die constante Newton krijg je door de brandstofkraan precies op één vaste
stand open te laten staan, dus door per seconde precies evenveel brandstof te
verbruiken. Maar de snelheid, het aantal de meters per seconde neemt steeds toe.
Elke volgende Newtonmeter (Joule) gaat dus steeds minder brandstof (ook Joules)
kosten dan de vorige. Nou, als dat waar was, was er al lang iemand steen rijk
mee geworden want die laatste Newtonmeters verkoop je natuurlijk en die eerste
hou je zelf.
Het zal wel niet nodig zijn nog te zeggen dat ik die Newtonmeter dus niet
begrijp.
Help!
(zie verder
Schaftkeet electro ironica in theorie en praktijk)
Het zal wel dat ik als filosoof wat streng ben waar het gaat over de vraag of ik
iets echt begrijp, maar ik zit er wel mee, want als ik iets niet begrijp dan
beklijft het niet. Bij mij is het dus helaas niet anders dan: begrippen >
begrijpen > beklijven. Helaas.
Bij aankomst voor een buitengaatse keetschaft (BGKS) op een lokatie bij Oirschot waar het Wilhelminakanaal door een verlaten bos loopt, gedoopt "Zijbeek", reed de dienstdoende koddebeier in zijn peperdure fourwheeldrive binnen de 54 seconden voor. Wat of dat hier moest. Ik had mij, de bij de windmolentest aan de Piushaven verontruste buurtbewoner in gedachten, al voorgenomen een verhaal te hebben, maar dat was helemaal nog niet voorbereid. Ik improviseerde iets van een test van de elektra van een schaftkeet die in de Franse Alpen zou komen te staan, met weliswaar een borreltje er bij maar slechts een uurtje of twee.

De man wilde er niet lullig over doen.
Van die twee uur had ik later spijt, want het zou sowieso laat worden, en na
het uitzwaaien van de zich moeizaam met hun ossobuccobuiken in hun auto persende
gasten op 01:00 uur leek ik mijzelf ook te teut om achteruit de haakse bocht te
maken waarmee mijn combinatie evenwijdig naast de sloot zou moeten komen.
Verheug je je op het leven van een vrolijke vrije nomade, lig je s'ochtends bij
het eerste fluiten van de vogeltjes met een kater te luisteren of je geen
fourwheeldrive hoort aankomen! Ik had mij er iets anders van voorgesteld. Dat de
wereld wordt gedomineerd door sedentairen wist ik al. Maar nu zie ik pas hoe
actief hun alertheid op de bestrijding van nomaden is. Ik dacht tot een soort
te gaan behoren waar men niet op ingeschoten zou zijn. Niets is minder het
geval. Ik zal in de leer moeten bij zigeuners. Die nomadische technieken bedenk
je niet even zomaar allemaal zelf, dat is wel duidelijk. Ik heb gehoord dat
zigeuners van gemeenten grote sommen gelds geboden krijgen om zich ergens niet
meer te vertonen. Dat lijkt mij wel wat.